TECHNOLOGIE

ZORG OP
AFSTAND

tekst Ellen Kleverlaan
foto Claudia Kamergorodski

illustratie Zhenya Pashkina

Sabine Pinedo:
‘Onwetendheid is één van de grootste boosdoeners’

Zorg op afstand, een veel gehoord adagium. Betere zorg, beter voor de patiënt, minder arbeidsintensief voor de zorgverlener en minder kosten. Dat is het ideale plaatje. Hoe ziet het er in de praktijk uit? Deel 1 van een tweeluik over zorg op afstand in de serie Technologie in de zorg.

Het overkoepelende concept van internist-vasculair geneeskundige Sabine Pinedo en haar echtgenoot, cardioloog Roderik Kraaijenhagen, heet Vital10. Daaronder ressorteren verschillende zorg-op-afstand-concepten, onder andere: trombovitaal.nl voor mensen met antistollingsmedicatie, cardiovitaal.nl voor mensen met een hartaandoening en benefitforall.nl voor mensen die een duurzame leefstijlverandering beogen. De ‘10’ in Vital10 staat voor de tien belangrijkste risicofactoren voor mensen met een chronische aandoening. Door die zelf in de gaten te houden, bijvoorbeeld door bloedwaarden of hartslag zelf te meten, kun je ondanks een chronische aandoening de regie over je leven hernemen. Op afstand kijkt de zorgverlener mee als je de waarden hebt gemeten en doorgegeven. En, heel belangrijk: 24/7 kun je - als het moet - daarover contact hebben met de zorgverleners-op-afstand.


trombovitaal.nl

Begeleide zelfzorg, dat is wat het echtpaar met zijn concepten biedt, vertelt Sabine Pinedo. ‘We willen dat mensen zo min mogelijk last ervaren van hun aandoening door de patiënt zo veel mogelijk te ontzorgen.’ In 2006 begonnen ze de trombosedienst-op-afstand: trombovitaal.nl. In dit verhaal zullen we deze dienst als voorbeeld nemen voor de wijze waarop zij de zorg inrichten. Voor de andere concepten geldt een vergelijkbare werkwijze.


Wat de beide medisch specialisten in hun werk in die tijd merkten, was dat patiënten niet wisten waarom ze hun antistollingsmedicatie moesten slikken. Ze zagen grote onwetendheid op het vlak van stollingswaarden en wat die eigenlijk betekende. Sabine Pinedo: ‘Onwetendheid is één van de grootste boosdoeners van medicatiegerelateerde complicaties. Nieuwe medicatie kan van invloed zijn op de bloedverdunners die mensen slikken. Als, bijvoorbeeld, het bloed ‘te dun’ wordt, geeft dat een verhoogde kans op bloedingen. Op de Eerste Hulp zag ik tijdens mijn opleiding regelmatig mensen met bloedingen. Schrijnend vond ik dat, want met goede informatieoverdracht is dat aantal sterk te reduceren.’

Zo ontstond het idee van een platform voor zorg op afstand. Met veel meer voorlichting over aandoeningen en over de invloed van medicatie op lijf en leden. Met een e-healthmodule kunnen mensen niet alleen erover leren, maar ook toetsen of ze het geleerde hebben begrepen. Met filmpjes waarin je ziet hoe je eigenlijk moet prikken en informatie over het versturen van die gegevens naar trombovitaal.nl. Op afstand leest de verpleegkundige de waarden uit, overlegt als het nodig is met de stollingsarts en als actie geboden is, neemt hij/zij contact op met de patiënt. Dit jaar nog volgt er ook een beloning in de vorm van punten; dat stimuleert therapietrouw. Op tijd prikken en de jaarlijkse controle voor ijking van het apparaat, betekent punten krijgen die je kunt verzilveren voor kortingen op uitjes en producten.

De praktijk
Hoe het concept in de praktijk werkt, vertelt verpleegkundige Heleen Honig. De hele dag zit zij achter de computer. Maar niet om administratief werk te doen. ‘Ik ben de hele dag met patiënten bezig. De meeste van onze patiënten gebruiken de chatfunctie van het platform om contact met ons te zoeken.’

Aan de slag met e-health?


  • Leer denken vanuit de patiënt: hoe kan die ontzorgd worden?
  • Richt het proces samen in: zorgverleners, patiënten en IT-specialisten; niet techniek moet voorop staan, maar een efficiënt proces voor patiënt en zorgverlener.
  • Is zelfredzaamheid het doel? Bied zoveel mogelijk online/digitaal aan, maar zorg voor contact met de zorgverlener als de patiënt daaraan behoefte heeft.


Harmke de Bruine:
‘Een pushbericht zou ik wel fijn vinden'

Er is intensief contact als mensen een ingreep moeten ondergaan of als er iets aan de hand is. Maar meestal is er contact als zij vragen hebben over hun doseringen of hun gemeten waarden. Heleen Honig ziet het ook als mensen hun dossier aanvullen, bijvoorbeeld met medicijnen van een andere zorgverlener. Heleen: ‘Ik leer mensen heel goed kennen op deze manier. Veel beter dan wanneer ik hen een paar keer per jaar in levenden lijve zou zien.’

Prettig
Harmke de Bruine (35) is zo’n patiënt. Harmke heeft een hartaandoening en als gevolg daarvan heeft ze twee kunsthartkleppen. Om te voorkomen dat er bloedstolsels op die hartkleppen ontstaan, moet ze antistollingsmedicatie slikken, iedere avond opnieuw. Daarom moeten haar bloedwaarden gecontroleerd worden. En gelukkig kan ze zelf bloedprikken en de waarden via het portaal opsturen naar Trombovitaal, vertelt ze. Maar dat kon nog niet toen ze twaalf was en haar eerste kunsthartkleppen kreeg. ‘Destijds ging ik naar een bejaardenhuis in de buurt. Daar was een prikpost.’
Harmke werkt als productiemanager op de creatieve afdeling van een mediabedrijf. Zelf thuis kunnen prikken en niet telkens op pad hoeven naar een prikpost elders, is belangrijk voor haar kwaliteit van leven. Het is niet de enige reden dat Harmke Trombovitaal een prettig initiatief vindt. De persoonlijke benadering vindt ze een verademing. ‘Heleen is een vast aanspreekpunt en ze is voor alle vragen te benaderen. Ik ontmoet haar één keer per jaar als ik mijn apparaat moet laten controleren en schoonmaken.’ Een ander positief punt vindt ze de tromboseartsen. ‘Als mijn bloedwaarden niet goed zijn, vraag ik om toelichting. Het is gevaarlijk als ik niet op mijn streefwaarden zit. Maar wil ik actie ondernemen, dan moet ik wel begrijpen wat er aan de hand is. Ik wil hierin eigen verantwoordelijkheid dragen. En daar zorgen zij voor. Door altijd weer uit te leggen hoe het zit en wat ik kan doen.’ Omdat Harmke iedere avond naar haar schema moet kijken voor de juiste dosering van haar medicatie, heeft ze wel een wens. ‘Een pushbericht zou ik wel fijn vinden. Dat gaat in de toekomst ongetwijfeld gebeuren.’

De toekomst
Zorg op afstand is in de toekomst vast heel gewoon. Dat was het in 2007 niet, toen Trombovitaal op de markt kwam. De weerstand vanuit de bestaande trombosediensten was enorm. Hoewel de zelfmeetapparatuur, via een vingerprik, door de FDA (Amerikaanse Food and Drug Administration) was goedgekeurd, wezen gevestigde partijen op het niet deugdelijke van het apparaat. Wetenschappelijk bewijs leverden Pinedo c.s. in 2011, in samenwerking met zorgverzekeraar Achmea. ‘We toonden 40 procent complicatiereductie aan met onze werkwijze. Toch nam zelfmanagement nog steeds geen vlucht. Door mensen zelfredzamer te maken, breng je gevestigde verdienmodellen in gevaar. Patiëntenwelzijn bleek niet het belangrijkste.’
De wereld was er destijds nog niet aan toe. Hoe is dat nu? Sinds 2009 zijn thuiszorgmedewerkers getraind door trombovitaal.nl. Maar ook zijn de laatste jaren doktersassistenten en praktijkondersteuners getraind om patiënten, die niet zelf kunnen prikken, in de huisartspraktijk te prikken. De huisarts is de verlengde arm voor Trombovitaal, maar de patiënt ervaart de huisarts als een trombosedienst. Praktisch omdat het dicht bij huis is, het is vertrouwd en de openingstijden zijn lang.
Wat is cruciaal voor een succesvol zorgproces op afstand? Pinedo: ‘Als je techniek vooropstelt, verlies je zorgverlener en patiënt in het proces. Je moet het proces met elkaar bedenken. Als je dat niet samen doet, krijg je niet de efficiëntie die je beoogt en die de techniek mogelijk maakt.’ Daarnaast is samenwerking met gevestigde zorgorganisaties van belang. Pinedo: ‘Inbedden in de bestaande reguliere zorg is cruciaal. Alle vingerprik-apparatuur die nodig is voor onze zorg op afstand, bevindt zich bij de mensen thuis of in andere medische organisaties als huisartspraktijken, wijkverpleegkundige organisaties of verpleegtehuizen.’ Ze vindt het noodzakelijk om de zorg gecombineerd aan te bieden. Het is zelfzorg, maar wel begeleid. Dus: ‘Mensen willen een zorgverlener kunnen raadplegen. Het moet niet alleen maar online. Als het moet, kunnen patiënten altijd een berichtje sturen en een antwoord krijgen. Dat is cruciaal.’

Heleen Honig:
'Ik leer mensen heel goed kennen'

Deel deze pagina