ONTREGEL DE ZORG

‘DE SCHRAPDAGEN ZIJN PURE WINST’

tekst Karen de Jager beeld Claudia Kamergorodsky

Bovenaan: 'Tijdschrijven en de diversiteit aan formulieren'

Twee landelijke schrapdagen in 42 samenwerkingsregio’s moeten licht in de duisternis brengen. Wat zijn de belangrijkste knelpunten op het gebied van administratie? En kunnen we die regels mogelijk schrappen? ‘Eindelijk de kans om iets te doen,’ zegt Tosca Weinberg, ambulant hulpverlener in de gespecialiseerde jeugdzorg.

‘Drie jaar lang liepen we als jeugdzorg tegen dichte deuren aan. Maar nu kunnen we kijken naar wat er concreet veranderd kan worden. Dat geeft de burger moed.’ Tosca Weinberg deed mee aan de schrapdagen. De eerste inventarisatieronde onder zorgprofessionals vond plaats in haar eigen vestiging Parlan in Alkmaar, in de serre, onder leiding van een moderator van VWS. Het was goed geregeld. Moderatoren konden zich voorbereiden via het webinar Snappen, schrappen en kappen. Alle sessies zijn volgens hetzelfde idee uitgevoerd om te voorkomen dat in een later stadium appels en peren met elkaar vergeleken worden. ‘De meeste deelnemers kenden elkaar uit het werkveld, de sfeer was goed en we konden snel aan de slag: geeltjes invullen met regel-ergernissen, verzamelen, prioriteren en selecteren. Hoewel jeugd- en gezinsbescherming met andere issues te maken hebben, bleek bij dóórpraten dat we uiteindelijk tegen dezelfde ergernissen aanliepen. In een aantal rondes kwamen we tot een top vijf van administratieve ergernissen.’

Uitwedstrijd

Bovenaan de lijst in Alkmaar stonden: tijdschrijven en de diversiteit aan formulieren die per gemeente verschillen. Die onderwerpen moesten 4 september gepitched worden aan werkgevers, wethouders en beleidsambtenaren. Een uitwedstrijd. ‘Daar zagen we wel tegen op. We besloten de regie te nemen door de drie pitches achter elkaar te houden en pas daarna vragen te beantwoorden. Ook de vorm van de presentaties hadden we goed doorgesproken. Zo hadden we alle formulieren die we moeten invullen uitgeprint, een stapel van zeker 30 centimeter. Toen de wethouders en werkgevers binnenkwamen, hadden we al een lang touw door de zaal gespannen. Balancerend op stoelen, waren we bezig om al die formulieren aan dat touw vast te maken met knijpers. Dat brak het ijs en maakte direct veel duidelijk. Het was emotioneel. Het gaat om iets heel belangrijks: het welzijn van jongeren. Eindelijk kun je vertellen waar je zoveel last van hebt, eindelijk wordt er naar je geluisterd. Maar het was ook ongemakkelijk als blijkt dat de regels niet allemaal van de gemeente komen, maar dat je eigen werkgever er nog regels aan toevoegt. Als je hoort dat, wanneer wij niet opschrijven wat we doen, de gemeente niet weet wat ze moet betalen. En als je in een bedrijfsorganisatorische en financiële discussie terecht komt. Dat is niet onze expertise. Wij zijn de doeners. Aan de andere kant kregen we zeker het gevoel dat onze boodschap over kwam. Nu moeten we afwachten wat er mee gebeurt.’

Moed

In februari 2020 worden ‘de nieren geproefd’ zoals dat heet. Maakt minister De Jonge zijn belofte waar? Zijn er dan daadwerkelijk regels geschrapt? Als het in de gehandicapten-thuiszorg kan, moet het toch ook bij de jeugdzorg kunnen. En is dat genoeg om KwaliTIJD voor het kind te waarborgen, de uitstroom uit de sector te stoppen en voldoende jeugdzorgorganisaties in de lucht te houden om aan de groeiende vraag te voldoen? Tosca Weinberg maakt zich wel zorgen. Van de werkgevers waarmee zij in zee ging, is er inmiddels één failliet. Maar de moed verliezen, nee!

Wat eraan voorafging


In 2016 startte FNV-jeugdzorg de campagne KwaliTIJD voor het kind. Doel: mogelijkheden vinden om de werkdruk structureel te reduceren. Onderzoek wees uit dat werkdruk de belangrijkste reden was voor jeugdzorgwerkers om de sector te verlaten. De belangrijkste oorzaak van die werkdruk was administratie. De vraag rees wat het belang van die administratie is voor de kwaliteit van de zorg. Die vraag en de kritiek is op allerlei manieren voorgelegd aan de overheid, werkgevers en gemeenten. In brieven, met petities, manifesten, filmpjes en kaartjes, tijdens lobby-gesprekken en met het aanbieden van mogelijke oplossingen.

Niets hielp, tot de manifestatie vorig jaar september met 35.000 jeugdzorgwerkers. Minister Hugo de Jonge nodigde de FNV uit voor een gesprek. Ook hij bleek op zoek naar een oplossing. Hij had inmiddels oud-minister Rita Verdonk opdracht gegeven met een actieplan te komen om de administratiedruk bij jeugdzorg binnen een jaar merkbaar te verminderen. In het idee om binnen één jaar de administratiedruk terug te brengen, vonden FNV, de andere bonden en De Jonge elkaar. Maar niet in de aanpak. Wat is merkbaar verminderen? En hoe kom je binnen één jaar met 355 gemeenten tot overeenstemming? Op advies van de FNV is het ‘stoute’ plan opgevat om landelijk, alle regio’s, gemeenten, werkgevers en professionals samen, tegelijk te onderzoeken welke regels het meeste tijd kosten en welke geschrapt zouden kunnen worden. Die inventarisatierondes zijn inmiddels achter de rug.

Deel deze pagina