INTERVIEW

EENZAAMHEID, FINANCIËN EN SOCIALE VAARDIGHEID OP NUMMER 1

Sandra Smeitink, jeugdopbouwwerker en mbo-coach

Tekst Karen de Jager Beeld Loraine Bodewes

‘DE VERBINDING TUSSEN LEEF- EN SYSTEEMWERELD IS WEG’

Het liefst staat ze midden in de maatschappij. Jeugdopbouwwerker en mbo-coach Sandra Smeitink ziet zichzelf als bruggenbouwer. Ze wil verbindingen leggen tussen onderwijs, opvoeders en de buurt. Corona heeft het er niet makkelijker op gemaakt.

De problematiek is in een stroom­versnelling geraakt. ‘Als ik op het nieuws hoor dat kinderombudsman Margrite Kalverboer pleit voor het snel compleet heropenen van middelbare scholen en het hbo, denk ik: “ja, doe dat nou”. Juist deze laatste periode voor de zomervakantie. De effecten op lange termijn zijn nog lang niet duidelijk. We weten wel dat elkaar ontmoeten en in groepen optrekken een noodzakelijke ontwikkelingsfase is voor jongeren, voor pubers.’

Sandra Smeitink ziet motivatieproblemen, onder andere bij jongeren die stoppen met school. ‘Zonder startkwalificatie ziet hun toekomst er niet goed uit. Ze raken in de schulden. Hun baantjes in de horeca zijn ze kwijt, terwijl een deel al op zichzelf woont. De kosten lopen op en dan zien ze door de bomen het bos niet meer. En dat kunnen ze ook niet. Hun hersens zijn nog onvoldoende ontwikkeld om oplossingen op lange termijn te bedenken. Ze zitten vol hormonen. En de samenleving is streng. Zelfs als jongeren zonder het te willen de regels overtreden. De boetes vliegen hen om de oren. De verbinding en het begrip tussen de systeemwereld en de leefwereld is verdwenen.’

THUISBEZOEK

Tijdens de eerste coronagolf maakte ze een afspraak met handhaving. ‘Als jongeren (tot 18 jaar) corona-wetgeving overtraden, waarschuwden ze ons. De jongeren kregen geen boete, maar hun opvoeders kregen mij op bezoek. Ik vertelde ze dan dat hun kinderen door handhaving in het stadspark of elders waren gesignaleerd met te veel personen. En ik vroeg ze, het nog een keer met de jongeren te bespreken. Maar het duurt nu al zo lang. Ik ben zelf moeder van een puber en ik begrijp hoe het gaat. Je gunt het je kind om even naar buiten te gaan, je spreekt af dat het met niet meer dan zoveel personen mag, maar via sociale media vinden ze elkaar in een mum van tijd. En opeens zijn ze met té veel. Op hun manier doen ze echt hun best. Ze mogen nu een beperkte tijd weer naar school, zitten dan in vaste groepjes in de klas. Maar ze mogen niet met dezelfde groep bij één van hen thuis een feestje houden. Dat snappen ze niet. En als professional kan ik dit ook niet uitleggen. De ene opvoeder staat het toe, de andere niet. Dat geeft spanningen thuis en in de vriendengroep.’

De complimenten van de politiek over het initiatief waren niet van de lucht. ‘Ik gebruik dat moment om ook de verhalen van de opvoeders en de kinderen te vertellen en uit te leggen hoe penibel de situatie is. En ik ben iemand die tegen de wethouder zegt: “loop eens een dagje mee.”’

MOTIVATIEPROBLEMEN

Je zou denken dat jongeren niet genoeg kunnen krijgen van contacten via het scherm. Maar als coach op het VISTA College in Maastricht krijgt ze steeds vaker de vraag: 'Sandra, kunnen we alsjeblieft in het echt afspreken?' ‘Ze zijn 17, 18 jaar en mogen niets. Thuis worden ze gek, maar ze zijn ook moe van het computerscherm, halen slechte cijfers, liggen veel in bed. Ze missen het onderlinge contact, de discussies met elkaar.’

Contact via een beeldscherm heeft ook veel beperkingen, merkt ze zelf. ‘Als ik leerlingen tegenkom die ik ken via het scherm, moet ik soms twee keer kijken. Dan staat daar opeens een jongen van twee meter lang voor je. Dan maak ik met mijn handen een vierkantje als een soort scherm en zeg: “Nu herken ik je.”’

Ze schrikt als ze met leerlingen spreekt die zo beu zijn van het scherm dat ze hun leeftijdgenoten niet eens meer digitaal ontmoeten. Ze praten alleen nog maar thuis, met volwassenen. Contact maken met leeftijdgenoten zijn ze verleerd, dat vinden ze eng. Versoepelingen komen eraan, maar hoe worden jongeren daarop voorbereid?’

PRIORITEITEN

Begrip kweken tussen de leef- en systeem­wereld. ‘Ontwikkelingen signaleren en de politiek bewust maken van wat er speelt in het sociaal domein. Kijken naar wat wel kan. Deurtjes op een kier zetten. Kleine activiteiten organiseren. Regels blijven naleven: als je in quarantaine moet, moet je in quarantaine. Zelf mijn afspraken nakomen. En, ook op mijn vrije dag, toch met een meisje van 19 jaar meegaan naar de huisarts. Omdat ik denk dat ze op dat moment hulp nodig heeft en anderen op vakantie zijn. Want corona heeft veel stuk gemaakt.’

Ze maakt zich zorgen over de meest kwetsbaren die straks tussen wal en schip vallen. Mensen moeten in beeld gehouden worden. We moeten meer naar elkaar omkijken. De aandachtspunten na corona heeft ze op een rij gezet: eenzaamheid, financiën en sociale vaardigheden. En ervoor zorgen dat ze het volhoudt, want ook binnen sociaal werk is het ziekteverzuim veel te hoog. Ook daar is de politiek aan zet. Die levert nog steeds onvoldoende. Welzijn moet lonen. Daarvoor streed ze samen met ABVAKABO/FNV in de jaren negentig. En ook in 2021.

‘WETHOUDER, LOOP MAAR EEN DAGJE MEE’

Deel deze pagina