ZORG OP AFSTAND

DE LOCKDOWN: ZORGEN, LOUTERING EN CREATIVITEIT

Tekst Ellen Kleverlaan Beeld Ronald van der Kloet

‘GEWOON’ BELLEN IS GEEN HAALBARE KAART VOOR WIE DOOF IS.'

Behandeling en begeleiding bieden en ontvangen; beide kanten vereisen meestal de fysieke aanwezigheid van zorgverlener en zorgvrager. De coronacrisis en de ‘intelligente lockdown’ die ons sinds half maart in de greep hebben gehouden, betekenden voor menig zorgverlener grote zorgen over de mensen die afhankelijk zijn van fysieke zorg. Maar het maakte ons ook creatief. Een verslag over slapeloze nachten, inventieve oplossingen en de weg naar het ‘nieuwe normaal’.

Hoe kun je mensen die slechthorend of doof zijn, begeleiden op afstand als ook ‘even bellen’ er niet in zit? Bert Bergsma is nu zo’n tien jaar begeleider bij De Noorderbrug, een zorgorganisatie voor mensen met hersenletsel of een auditieve beperking. Namens de FNV neemt hij deel aan de adviesraad gehandicaptenzorg, is hij vakbondsconsulent voor medewerkers van De Noorderbrug, or-lid en actief in de bedrijfsledengroep. Toen het kabinet half maart de lockdown aankondigde, pakten donkere wolken zich samen. Niet dat Bert Bergsma het niet begreep. Ook voor hem was duidelijk dat het de enige oplossing was voor het indammen van COVID-19 en het beheersbaar houden van de druk op de gezondheidszorg. Maar hij wist ook meteen wat dit voor enkele van zijn cliënten zou betekenen.

ONDERSTEUNING

De cliënten met wie Bert Bergsma werkt, hebben vaak ondersteuning nodig bij hun dagelijkse leven. De begeleiding varieert van helpen bij de administratie tot contact met familie of hulp bij eenzaamheid. Ook zijn er wel eens verslavings- of schuldhulpvraagstukken. Bij veel cliënten gaat Bert langs, maar een aantal komt ook naar de zorgorganisatie. Ook gaat hij wel met cliënten mee naar instanties. De lockdown maakte al deze vormen van begeleiding onmogelijk. En ‘gewoon’ bellen is geen haalbare kaart voor wie slechthorend of doof is.

BEELDBELLEN

Sinds half maart maakt half Nederland gebruik van beeldbellen om te communiceren. Werkt dat als je een auditieve beperking hebt? Bert Bergsma legt uit hoe je, ook als je gebarentaal met elkaar spreekt, elkaar beter in levenden lijve kunt ontmoeten. Vijftien jaar geleden leerde hij gebarentaal, maar hij zegt meteen hoe ingewikkeld dat is als het niet je eerste taal is. ‘Cliënten voelen zich daardoor niet altijd begrepen. Ik begrijp niet altijd alle nuances en mijn nuances weet ik ook niet altijd over te brengen in gebarentaal.’ Door elkaar in het echt te zien, weet Bert Bergsma toch vaak achter de werkelijke bedoeling van zijn cliënten te komen. ‘Hoe zit iemand erbij als hij wat vertelt? Dat zegt heel veel. Gezichtsuitdrukking, hoe iemand beweegt: heel belangrijk als je niet het gesproken woord hebt, waaruit je een en ander kunt afleiden. En daarvoor moet je in elkaars nabijheid zijn.’ Bovendien hebben cliënten vaak niet de beschikking over een groot scherm en voor zo’n klein mobiel schermpje geldt al helemaal dat de nuances in de communicatie over en weer grotendeels verloren gaan.

De lockdown bezorgde Bert in eerste instantie slapeloze nachten. Er was een cliënt die net was geopereerd en moest revalideren in een verpleeghuis. Als niemand daar met hem zou communiceren, zou hij niet door deze periode heenkomen, daar was Bert zeker van. Na twee slapeloze nachten pakte hij de telefoon. ‘Ik heb het verpleeghuis uitgelegd wat de situatie voor deze cliënt zou inhouden. Ze werkten na enige discussie gelukkig mee en ik kon hem elke dag even bezoeken, zodat ik een moment had om met hem te communiceren.’ Zo bedacht hij meer oplossingen. ‘Ik ben met mensen gaan wandelen. Dat kan, mits je afstand houdt. Post doornemen kon ook, als je goede afspraken maakt over post op tafel leggen en afstand houden. Je kunt nog steeds dingen doen, dingen regelen.’

DUIDING

Cliënten hebben veel behoefte aan duiding van de maatregelen van het kabinet. De gebarentolk van de regering spreekt voor zijn cliënten te moeilijke taal, zegt Bert. Uitleggen wat maatregelen betekenen, is dus noodzakelijk. Zowel half maart, toen de lockdown werd uitgeroepen, als half mei, toen de maatregelen versoepeld werden. Voor die duiding is het ook nodig om elkaar in het echt te zien. Bert: ‘Mensen met een auditieve beperking voelen al afstand van de maatschappij. Dat is door de lockdown alleen maar groter geworden, omdat we elkaar immers niet konden treffen.’

Wel benoemt Bert een positieve kant van de coronacrisis: de anderhalvemetermaatschappij kan eraan bijdragen dat mensen met een auditieve beperking minder betuttelend worden bejegend. Bert: ‘Velen van hen hebben afstand nodig om de ander te begrijpen. Vanwege gezichtsuitdrukking, liplezen en andere non-verbale uitingen. Wat veel gebeurt bij mensen die slechthorend zijn, is dat de ander zich tot vlak voor het gezicht beweegt en dan heel hard gaat praten. Dat is niet prettig en het is contraproductief. Anderhalve meter is dan ook een goede afstand om mensen beter te begrijpen als je slechthorend bent.’

DRIJFVEREN

De bijna drie maanden die nu achter ons liggen, ervaart Bert als louterend. Een crisis als dit doet je beseffen hoe je in je werk staat, zegt hij. ‘Ik heb weer helder waar mijn drijfveren liggen: ik wil contact met de mensen die ik begeleid, zoveel mogelijk signalen krijgen en zo min mogelijk over het hoofd zien. De echte hulpvraag van de cliënt achterhalen en een wezenlijke bijdrage leveren.’ Tenslotte heeft het vergaderen op afstand hem ook inzichten gebracht. ‘Met beeldvergaderen heb ik nog meer dan met gewoon vergaderen de indruk dat het vaak onnodig is en afspraken maken kan meestal ook op een andere manier. Wat ik hoop is dat we hiervan hebben geleerd dat we minder hoeven te vergaderen.’ Uiteindelijk is het voor het leveren van zorg en begeleiding natuurlijk ook essentieel wat de cliënt eigenlijk wil, zegt hij. ‘Als de cliënt liever met mij beeldbelt, dan doen we dat natuurlijk.’ Hoe is het nu met de cliënt die revalideerde in het verpleeghuis? ‘Hij woont weer bij zijn vrouw. Het was een ingewikkelde periode, maar hij heeft het op deze manier goed doorstaan.’

‘IEMAND OP DE BANK VERTEL JE EEN ANDER VERHAAL’

Gwen (25 jaar) weet sinds haar 7e dat ze ASS heeft, een autismespectrumstoornis. Ze heeft twee individuele begeleiders: een persoonlijke en een werkcoach. Wat betekende de lockdown voor haar en voor haar begeleiding?

‘Omdat ik ASS heb, heb ik twee vormen van begeleiding: persoonlijke voor hulp bij zelfstandig wonen en werkbegeleiding om werk te vinden dat bij mij past. De persoonlijk begeleider kwam altijd twee keer in de week langs, ongeveer anderhalf uur. Dan probeerden we nieuwe gerechten uit, deden mijn administratie en we spraken met elkaar over waar ik tegenaan loop. Toen ik mijn rijbewijs ging halen, hielp ze me met de theorie. Goed plannen, focus houden op waarmee ik bezig ben, daar heb ik wel wat uitdagingen. Daarnaast heb ik een jobcoach van het UWV. Mijn ASS spitst zich toe op het verwerken van prikkels. Zeven of acht uur achter elkaar werken of naar school, gaat mij moeilijk af. Ik heb wel opleidingen geprobeerd, maar niet afgemaakt. Uitleggen wat autisme is en wat ik wel en niet kan, vind ik lastig. Ik kan niet te lang achter elkaar werken en ik raak snel overprikkeld. De jobcoach met wie ik toch werk hoop te vinden, kwam ook bij mij thuis als ik dat wilde, maar ik ging ook wel naar haar kantoor toe.'

INGEWIKKELD

‘De coronacrisis en de lockdown stellen me voor een ingewikkelde situatie. De onduidelijkheid, het gebrek aan structuur, ik vind het niet prettig. Beide begeleiders komen sinds half maart niet meer langs. Mijn persoonlijke begeleider belt wel drie keer per week. De mentale support is fijn en we nemen zelfs recepten door. In het begin was het wennen wat we over de telefoon met elkaar zouden bespreken. We moesten onze weg erin vinden. Het is emotioneel toch een andere manier van communiceren, je voelt haast letterlijk de afstand. En praktische zaken, als mijn administratie, zijn lastiger te doen. Ook nu, gedurende deze lockdown, helpt ze me een goede structuur aan de dag te geven. Ik wil niet te veel Netflix kijken, maar wel iedere ochtend een wandeling maken en ik doe een cursus Spaans. We kunnen ook beeldbellen, hebben we besproken. Ik weet anders niet meer hoe ze eruitziet, zei ik laatst grappend. En we gaan wandelen. Dat kan natuurlijk ook. Toch zie ik ernaar uit als ze straks weer gewoon langskomt. Naast iemand op de bank vertel je toch een ander verhaal.’

Deel deze pagina