JEUGDZORG

MAAIKE VAN DER AAR: ‘MAAK IEDEREEN LID’

Jeugdzorg slijpt de messen

Tekst Karen de Jager Beeld Claudia Kamergorodski

‘LID WORDEN KOST NIETS, MAAR LEVERT VEEL OP’

Hoe gaat het straks met de financiering van de zorg, in het ‘andere normaal-tijdperk’? En waarom blijven eenduidige richtlijnen en protocollen voor die andere acht sectoren in de zorg, naast de ziekenhuizen, uit? Wie betaalt straks de coronarekening? ‘Niet de zorg,’ zegt Maaike van der Aar, bestuurder jeugdzorg. Ze slijpt de messen en roept iedereen op collega’s lid te maken van de FNV.

‘In de gesprekken met werkgevers over corona-gerelateerde onderwerpen, zoals het maken van eenduidige werkafspraken, merk ik al weerstand, en dat belooft niets goeds voor de toekomst. Met opmerkingen als: ‘Je hebt vast wel gelezen over de tekorten bij de gemeenten,’ worden de piketpaaltjes voor de komende cao-onderhandelingen al geslagen. We hebben een grote, sterke vakbond nodig. Ik doe een beroep op iedereen om collega’s aan te spreken en lid te maken. De kosten voor het lidmaatschap worden door de werkgever vergoed, een verworvenheid in onze laatste cao. Lid worden kost hen niets, maar levert veel op,’ zegt Maaike van der Aar. Het belang van werknemers in zorg en welzijn is zichtbaarder dan ooit, dat moet gehonoreerd worden. We moeten het ijzer smeden als het heet is.

LAPPENDEKEN

De tijd van improviseren is voorbij. Maaike van der Aar: ‘De eerste weken deed iedereen wat nodig was. Iedereen zette een tandje bij. Als FNV hebben we direct aan de bel getrokken: wat betekent dat voor de financiering van de jeugdzorg? De VNG adviseerde de 355 gemeentes om gewoon door te betalen voor de jeugdzorg, maar kan dat niet dwingend opleggen. De ene gemeente doet dat wel, de andere niet, andere weer deels. En daaroverheen werd nog een lappendeken gelegd van aanvullende eisen, zoals bijhouden wat je vóór corona deed, wat je nu doet en wat het verschil is, om straks eventuele min-uren te kunnen verrekenen. De ene gemeente zegt dat personeel aan een andere gemeente mag worden uitgeleend, de andere wil dat weer niet. Hou dat maar bij als je voor verschillende gemeentes werkt.’ Het risico bestaat bovendien dat gemeenten straks willen gaan verrekenen voor zorg die niet geleverd kon worden. Bijvoorbeeld omdat cliënten zelf afzeggen. In de jeugdzorg was al sprake van tekorten en hoge werkdruk. Corona maakt het in rap tempo erger. Maaike: ‘Die situatie moeten we nu opvangen. En na de extreme extra inzet die jeugdzorgwerkers nu laten zien, kan het toch niet waar zijn dat zij daarna worden geconfronteerd met reorganisaties, een beroerde waardering en nog hogere werkdruk? Daar moeten we dwars voor gaan liggen. Dat kan alleen met ons allen.’

KORTE LONTJES

Tosca Weinberg is begeleider in de jeugdzorg en ze is moe. ‘Beschermende materialen liggen niet binnen handbereik, daar moet je een verzoek voor indienen. We zijn allemaal het wiel opnieuw aan het uitvinden. Iedereen heeft ideeën: videobellen, Zoom, Teams. En dat lukt soms, maar juist bij de gezinnen waar je veel zorgen over hebt, werkt dat niet. Die hebben geen computer. En als de kinderen voor hun huiswerk een tablet hebben kunnen ophalen van school, dan kunnen hun ouders daar niet mee omgaan. De telefoon is dan de enige mogelijkheid voor contact. Dan hoop je maar dat je zo kunt inschatten of een situatie nog wel veilig is. Ondertussen word je door de kranten bedolven onder berichten over onveilige situaties in gezinnen. Je merkt zelf ook, dat je denkt van oei, dat klinkt niet goed. Wat doe je dan? Ga je er niet heen, ga je er wel heen? Wat is verantwoord? Wat is nodig? Dat is geen groen of rood, je moet constant inschatten. Ondertussen voelen collega’s zich alleen, er is bijna geen gelegenheid om met ze te overleggen. Je komt ze niet meer tegen. En bellen doe je niet, want iedereen is te druk. Het online en via telefoon moeten werken is enorm belastend, het vreet energie.’ En ze maakt zich zorgen over de toekomst. ‘Straks moeten de gemeentebelastingen verhoogd worden om de jeugdzorg te betalen,’ zegt ze. ‘Klappen is leuk, iedereen is er nu van overtuigd dat we nodig zijn, maar wat gebeurt er als mensen zich weer veiliger voelen? Hebben ze dan nog wat voor jeugdzorg over? Dat is waar ik me zorgen over maak, terwijl wij van ‘s morgens acht tot soms ‘s avonds tien aan het werk zijn, elk moment aangrijpend om de ouders te kunnen spreken.’

'WAT GEBEURT ER ALS MENSEN ZICH WEER VEILIGER VOELEN?'

Deel deze pagina