INTERVIEW

‘LOSLATEN IS NIET MIJN STERKSTE KANT’

Jikke Bruine de Bruin, verpleegkundige grz

Tekst Karen de Jager Beeld Marcel Witte

‘DAN GAAN ALLE ALARMBELLEN AF EN SCHAKELT MIJN CORONAMODUS IN’

Het aantal overlijdensgevallen door corona viel tot nu toe mee. Maar de schrik zit er wel in. Zelfs nu alle protocollen duidelijk zijn, loopt iedereen in het verpleeghuis van verpleegkundige Jikke Bruine de Bruin op eieren. De werkdruk is constant hoog. We kijken een dagje mee.

Vandaag ging ze zoals altijd op de fiets naar haar werk. Glibberend over de bevroren weg, door een verstilde stad. Eenmaal op de afdeling zit ze met een kop koffie aan tafel en leest de verslagen door. Wat is er gebeurd de afgelopen 12 uur, waar moet ze rekening mee houden? De dag lijkt op een normale werkdag vóór corona, maar schijn bedriegt. Ook in het verpleeghuis van Jikke zijn nu veel meer collega’s ziek. In december was het ziekteverzuim in de sector Zorg & Welzijn met 6,8 procent het hoogste sinds 2002. In sommige verpleeghuizen zijn vrijwilligers van het Rode Kruis aan het werk om het verpleeghuispersoneel te ontlasten. ‘In de zorg was voor corona al een tekort aan handen aan het bed. Nu helemaal. We vallen terug op uitzendkrachten en leerlingen. Ik ken de cliënten en de routines het beste. Dat maakt dat ik me extra verantwoordelijk voel, loslaten is niet mijn sterkste kant.’

ALARMBELLEN

Zelfs al is Jikkes verpleeghuis momenteel coronavrij, iedereen is constant bedacht op een mogelijke uitbraak. ‘Je bent bezig met de dagelijkse zorg, alles loopt volgens schema en plotseling hoest iemand in de huiskamer. Dan gaan alle alarmbellen af en schakelt mijn coronamodus in. Stoppen met de dagelijkse zorg, ieders veiligheid staat voorop. De arts inlichten. Alle cliënten zo snel mogelijk naar hun eigen kamers brengen, veel tijd voor uitleg is er niet. En dan bij elke cliënt langs om de temperatuur op te nemen. Pas dan kun je cliënten een beetje geruststellen, met de juiste woorden en handelingen. Van een schema is dan geen sprake meer. De lunchpauze overvalt je, maar die neem je toch. Je moet ook voor jezelf zorgen. En als je dienst is afgelopen, heb je niet gedaan wat je van plan was te doen. Die resterende taken moet je dan overdragen. Dat is moeilijk. Tegelijkertijd is het zoals het is, we zitten als collega’s allemaal in hetzelfde schuitje. Gelukkig is de zorg een 24/7 organisatie.’

TWEESTRIJD

Het valt voor niemand mee. Niet voor de cliënten, niet voor de familie en zeker niet voor werknemers in het verpleeghuis. ‘Ook bij ons mag er per dag maar één persoon op bezoek komen. Het bezoek moet 1,5 meter afstand houden en een mondkapje dragen. Dat is extra moeilijk als je je partner bezoekt, natuurlijk wil je die een knuffel geven. En als ik dat zie, schrik ik. Het liefst wil ik doen alsof ik het niet zie, ik wil geen politieagent spelen, maar ik moet wat zeggen. Die tweestrijd voelt zwaar. Die stress neem ik mee naar huis. Yoga, meditatie en hardlopen helpen mij om elke dag de deur van het verpleeghuis zo goed mogelijk achter mij dicht te doen, het werk los te laten. Want alleen als ik dàt kan, kan ik dit werk blijven doen: het mooiste, leukste en vreemdste beroep dat er is.’

‘DE LUNCHPAUZE OVERVALT JE, MAAR DIE NEEM JE TOCH’

Deel deze pagina