INTERVIEW

Het Groot Stakers Boek van Sjaak van der Velden

‘PAMFLETTEN IN BOEKEN PLAKKEN’

Tekst Manja Ressler
Beeld Claudia Kamergorodski

‘De meeste stakingen eindigen in een schikking’

Onlangs verscheen Het Groot Stakers Boek van Sjaak van der Velden, de kroon op een leven lang alles verzamelen wat over stakingen gaat. Ook gaat Van der Velden dit jaar met pensioen. Aanleiding voor een gesprek.

‘Ik kom uit wat toen een achterbuurt heette, in Rotterdam, Delfshaven. We woonden in een voor-, tussen-, achterwoning en later in een eengezinswoning in Ommoord, een buitenwijk van Rotterdam. Op de lagere school was ik een goede leerling, vandaar dat ik naar de HBS ging. En toen mocht ik in 1972 geschiedenis gaan studeren.’

Hoe ontstond uw fascinatie met stakingen?
‘Ik was in Rotterdam al een beetje politiek actief vanaf mijn zestiende, bij Oranje Vrijstaat, de Kabouterbeweging. Dat was in 1970, een leuke tijd: Feyenoord wereldkampioen, het popfestival in Kralingen. En toen de grote havenstaking in Rotterdam, ik zag die jongens door de stad lopen. Die staking duurde drie weken, alles bij elkaar. En buiten de bond om hè, de bonden steunden dat niet.’

Van der Velden ging eens kijken bij het stakingscomité, dat was opgericht door de maoïstische Kommunistische Eenheidsbeweging Nederland, de voorloper van de SP. Voor hij het wist, werd hij activist binnen de partij: ‘Zo'n club heeft altijd tekort aan actieve mensen, en ik zei altijd ja, want ik vond het leuk.’ Van der Velden was toen zeventien.

In 1972, toen Van der Velden al geschiedenis studeerde, brak er weer een grote staking uit in Rotterdam, dit keer in de metaal: ‘Daar verspreidden wij als club iedere dag pamfletten. Die staking duurde heel lang. Toen ben ik al die spullen gaan verzamelen, onze pamfletten, maar ook die van de CPN en van de diverse bonden en van de werkgevers, en krantenartikelen natuurlijk. Inplakken in plakboeken, dat ben ik blijven doen tot gisteren (lacht). Ja, dat is letterlijk waar. Ik maakte toen de denkfout dat die stakers de wereld wilden veranderen. Maar die wilden alleen maar meer geld. En terecht.’

In de vooroorlogse arbeidersbeweging, in de SDAP, leefde dat idee wel

‘Die leden van de SDAP en de CPH vonden dat wel, maar dat was natuurlijk een heel kleine minderheid. Ook van de arbeiders. Ook als die een keer in actie kwamen. De meesten hielden zich bezig met overleven, al klinkt dat wat zwaar. De meerderheid is nooit lid van de bond geweest. De hoogste organisatiegraad was kort na de oorlog, veertig procent. Er zijn wel golfbewegingen, daarom vind ik alles wat met staken te maken heeft zo interessant. Op het moment dat de vakbeweging zich wat radicaler opstelt, zoals in het verleden is gebeurd, nam de organisatiegraad en het aantal leden weer toe. Dat was in de jaren zeventig, de tijd van Arie Groeneveld, Kees Schelling en Herman Bode.’

U bent zelf geen kamergeleerde ...
‘Ik heb twintig jaar in de bouw gewerkt. Ik was beursstudent, maar op een gegeven moment hield dat op. In Leiden kende ik een aannemer die zei je kunt ook bij mij komen werken. Dat heb ik twintig jaar gedaan. In die periode ben ik afgestudeerd, in 1982. Na zestien jaar dacht ik: wil ik dit tot mijn vijfenzestigste blijven doen?’

Hij ging terug naar de universiteit en promoveerde in 2011, uiteraard op het onderwerp stakingen. Sindsdien werkt hij bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam: ‘Vanaf dat moment is het toch mijn beroep geworden. Het is een mooie hobby en ik krijg er nog geld voor ook. Zo voelt het wel een beetje.’

Kun je uit uw boek conclusies uit trekken over de zin van staken?
‘Als je kijkt naar het resultaat, dan is het een simpel ‘ja’. De meeste stakingen eindigen in een schikking, een enkele wordt gewonnen, een enkele wordt verloren. En een schikking betekent dat je erop vooruitgaat. Als je het zo bekijkt, is het dus nuttig. Dan kan je natuurlijk kijken: hoe lang heeft de staking geduurd en wat heeft die gekost? Maar per saldo durf ik wel de stelling aan dat het vanuit dat oogpunt nuttig is.’

Er is een lange periode geweest waarin weinig of niet werd gestaakt. Hoe kwam dat?
‘De economische crisis speelde daar een grote rol in. Iets anders is dat de vakbeweging zelf geen 'onverantwoorde looneisen' stelde. Dat was ook begrijpelijk, want die mannen hadden zelf de crisis van de jaren dertig meegemaakt, als kind of van horen zeggen. Dus die waren bang voor een enorme werkloosheid. Men ging mee met de gedachte dat als de lonen te hoog zijn, de werkgelegenheid omlaag gaat. Dus die tekenden een overeenkomst met de werkgevers, die van hun kant tekenden voor het zorgen voor meer banen. Dat is wel gebeurd, maar dat waren vooral baantjes van tien uur per week. Ik denk dat het gewoon verkeerd beleid is geweest van de vakbeweging om mee te gaan in die economische theorie.’

De afgelopen tien jaar zien we juist weer een toename van het aantal stakingen. Hoe verklaart u dat?
‘Dat is wel een beetje zo, maar dat wordt wel overdreven. In 2018 kwam het CBS met ronkende koppen, maar dat ging vooral over één grote staking van het onderwijs, leerkrachten. Het gebeurt nu vooral in de gezondheidszorg en het onderwijs. En die acties in het onderwijs zijn verdorie weer buiten de vakbond om ontstaan. De AOB heeft er wel op aangehaakt, maar het is vanuit mensen zelf gekomen. En dat geeft toch aan dat men vaak niet goed doorheeft wat er leeft in de samenleving.’

Van der Velden gaat binnenkort met pensioen. We vragen naar zijn plannen.
‘Ik wil weer timmerman worden. Ik wil weer buiten zijn. Maar ik ben nu nog bezig met een boek, dat moet eerst af. Daarna wil ik graag als vrijwilliger werken bij een museum. De afgelopen jaren heb ik meegewerkt aan de herbouw van de Delft, dat is zo'n oorlogsschip uit zestien-zoveel. Daar heb ik als timmerman een dag in de week gewerkt. Dat vond ik heerlijk om te doen. Als ik zoiets één of twee dagen in de week kan doen ... En ik heb een kleinzoon, daar pas ik eens in de veertien dagen een dag op. Ja, en dan is het kringetje rond en dan gaan we onze kist opzoeken.’

‘De hoogste organisatiegraad was kort na de oorlog, veertig procent’

Sjaak van der Velden: Het Groot Stakers Boek. Uitgeverij W Books. ISBN 9789462583566. 288 blz. € 19,95.

Langste staking ooit op de planken in Blokzijl

Van december 1924 tot april 1927, 843 dagen, legden werknemers van houtzagerij Loos in Blokzijl het werk neer. De langste staking in Nederland ooit. Toneelvereniging Ons Genoegen uit Blokzijl maakte er een theaterstuk van: EindeLoos.
EindeLoos is te zien op 23 en 24 mei in Theater de Meenthe in Steenwijk. Kaartjes kosten 16,50 euro.

Deel deze pagina